Welcome to the jungle

Read / lees in : enEnglish

Uacari Ecolodge / Mamirauá / Brazilië
Hoe meer zielen hoe meer vreugd.

Na een verblijf van een paar dagen in Iquitos, om bij te komen van mijn ayahuascakuur, voer ik de Amazone weer af. Helemaal naar Tefé in Brazilië, zo’n 1200 kilometer en ruim 30 uur varen, in het hart van het regenwoud. Ik ging daar een week bivakkeren in een drijvend hotel in het Mamirauá natuurreservaat, een gebied met een oppervlakte ongeveer zo groot als de provincie Gelderland. Bij aankomst bleek ik helaas de enige gast te zijn, er zouden eigenlijk nog twee mensen komen maar die hadden het vliegtuig gemist. Gelukkig arriveerden ze alsnog later die dag zodat ik wat gezelschap had. Gedurende de week werd het gelukkig steeds drukker in het Uacari Ecolodge. Zo kregen we eerst een nieuwe huisbiologe en later een groep, voornamelijk Amerikaanse, toeristen.

Mamirauá reserve / Brazilië
Ik zou ook een kop als een boei hebben met de winterjas aan in de tropen.

Druk, druk, druk

In eerste instantie was ik nog bang dat het zo diep in de jungle vooral een kwestie van je heel veel vervelen zou zijn. Maar niets bleek gelukkig minder waar. Er waren namelijk gewoon een internet verbinding en een bar aanwezig. Daarnaast was er ook nog een behoorlijk druk programma. Met sowieso elke ochtend en middag, maar af en toe ook ’s avonds, een activiteit. Hiken, kanoën, vissen, varen, dorpjes bezoeken, het hield maar niet op. Behalve de ontelbare, en soms zeldzame vogels waren we voornamelijk op zoek naar de naamgevers van ons hotel, de Uacari apen. We trokken er dagelijks in verschillende groepjes op uit, waarbij de groep die de apen toevallig had gezien later werd binnengehaald alsof ze het wereldkampioenschap voetbal hadden gewonnen. Vooral als het ook nog eens was gelukt om een foto te maken van deze schuwe dieren. Maar dat we überhaupt wildlife zagen was eerlijk gezegd voornamelijk te danken aan onze fantastische gidsen, waarvan de mijne de kampioen was.

 

Mamirauá reserve / Brazilië
Dit is nog een ukkie, maar hij smaakte wel heerlijk.

De vis wordt duur betaald

Waar iedereen ook vurig op hoopte was om een luipaard tegen te komen. En alhoewel er tientallen in het gebied aanwezig zijn, waren een paar pootafdrukken van een dag oud wat het dichtste bij een ontmoeting kwam. Aan het einde van de week had ik het hiken en het varen wel een beetje bekeken. Echter kwam er toen wat afwisseling in het programma in de vorm van vistripjes. Eerst ging ik speervissen met mijn vaste gids. Mij lukte het helaas niet, maar na een paar keer gooien had hij zowaar een Arapaima te pakken. De grootste vis met schubben ter wereld die tot wel 200 kilo kan groeien. Het vangen van piranhas daarentegen ging me een stuk beter af, maar daar had ik dan ook al ervaring in. Gelukkig wel, want één van de anderen onderschatte zijn tegenstander. Zodat die bij het verwijderen van het haakje een hap uit zijn vinger kon nemen. Welcome to the jungle!

 

Geef een reactie