Op de bonnefooi

Read / lees in : enEnglish

Mukolo Camp / Namibië
Niks plannen en toch op de mooiste plekken slapen, wij doen het gewoon.

Nog nat achter mijn oren reden we, met een nog immer haperende cilinder, van Livingstone in Zambia naar het Etosha National Park in Namibië. Één van de grootste en populairste parken in zuidelijk Afrika met achterlijk veel wilde dieren. Vandaar dat het er meestal zo druk is dat je een slaapplek ín het park weken van tevoren moet boeken. Daar ben ik niet zo van, ik reis het liefst ad-hoc en op de bonnefooi. Van de Argentijnen kreeg ik gelukkig de gouden tip dat je de camping in het park ook helemaal niet vooraf hoeft te boeken. Als je er maar voor zorgt dat je pas tegen sluitingstijd komt opdagen. Dan kunnen ze je, ook al is er geen plek, niet meer wegsturen. Na zeven uur ’s avonds mag er namelijk niemand meer in het park rondrijden, en van de camping naar de uitgang is minimaal een uur rijden. Kijk, dat soort informatie lees je dus niet in de Lonely Planet maar wel op deze webzijde.

Een geoefend mens telt voor twee

Etosha NP / Namibië
Ik hoef gelukkig niet meer alles zelf te doen, we hebben er een prima fotograaf bij.

Onze safari in het park was overigens een groot succes. We hadden natuurlijk al geoefend in het Lower Zambezi park, en daardoor konden we in Etosha het ene na het andere dier afknallen afvinken. Impala’s, oryxen, giraffes, een hyena, struisvogels, zebras het hield maar niet op. We waren de beesten op een gegeven moment zelfs gewoon beu. Maar we bleven maar rondjes rijden zodat we pas rond sluitingstijd bij de camping zouden aankomen. Dat bleek achteraf echter helegaar niet nodig, er was namelijk plek te over. We hadden dus al lang en breed aan het bier kunnen zitten, maar nu stonden we de tent op te zetten bij de net opgestoken wind. Kracht tien! Gelukkig hadden we het opzetten laatst nog geoefend voor de poort naar de hel. We hadden hem overigens nog niet staan of het begon ook nog eens te regenen en onweren, waardoor Lucía ’s nachts geen oog dicht deed. Ik heb wel vaker met dat bijltje gehakt, en offerde me daarom maar weer op en droomde voor twee. De volgende ochtend reden we nog een beetje rond om leeuwen te spotten, maar daarna moesten we toch echt verder naar Windhoek, de hoofdstad van het land. In de eerste plaats omdat het probleem met de haperende cilinder opgelost moest worden, en in de tweede plaats omdat ik Lucía, voordat ze naar Afrika kwam, had moeten beloven dat we naar Maleisië zouden gaan.

Weer een visum thriller

Windhoek / Namibië
Onverwacht kwamen we in een restaurant met dit uitzicht en mopanie wormen.

Daar woont namelijk één van haar allerbeste #BFF en die zou Sarah gaan zien. Haar man had voor de gelegenheid een surprise party georganiseerd en ik Lucía kon daar schijnbaar niet bij gemist worden. Gelukkig vond ik al snel een expert in dieselmotoren recht tegenover ons hotel. Één van de dieselinjectors, wat dat verder ook mag wezen, moest van hem vervangen worden. Alleen zijn die krengen tyfus duur. Vijfhonderd dollar vroeg ie zonder blikken of blozen, per stuk! Maar omdat we toch op reis zouden gaan bestelde ik een setje van vier stuks bij ali-express in Zuid-Korea, voor hetzelfde geld. Toen dat geregeld was konden we ons eindelijk gaan bezighouden met het regelen van het nieuwe visum voor Lucía. Die had ze nodig om na het feestje ook weer met mij mee terug naar Namibië te kunnen. Voor vertrek uit Colombia had ze weliswaar een multiple entry visum voor Zambia geregeld, maar daar waren we op mijn orders voorstel weggegaan. Ik had namelijk niet verwacht dat de Namibiërs moeilijk zouden doen over een visum. Dat deden ze ook niet echt, maar het kostte wel veel tijd en gedoe. Waardoor Lucía toch nog zenuwachtig werd dat het hele feest misschien niet door zou gaan. Ik stelde haar gerust met het feit dat ze vanuit Maleisië altijd nog terug kon keren naar Colombia. Maar na vier bezoekjes aan het kantoortje kreeg ze zowaar op maandagmiddag het visum. Dat was, zoals dat gaat als je op de bonnefooi reist, weer eens kantje boord. Want diezelfde woensdag vlogen we al.

Geef een reactie