We doen alleen maar ons werk

Read / lees in : enEnglish

Guinea-Bissau
In Bissau mag je van de politie selfies maken achter het stuur.

Onmiddellijk nadat ik Guinea-Bissau inreed werd alles beter. Het land was ooit een Portugese kolonie. En aangezien je in elk land de joie de vivre van de oude kolonisator nog steeds proeft snap je het verschil wel met het voormalig Franse Guinea-Conakry. Helaas kon ik er niet zo lang blijven omdat ik zo snel mogelijk weg wilde uit dit deel van Afrika. Daarvoor had ik wél nieuwe visums nodig nu de uitgestippelde route naar het zuiden was gewijzigd. Die liep nu namelijk door Mali en Burkina Faso. En in Bissau noch in Banjul, de hoofdstad van Gambia, hebben die landen een ambassade. De dichtstbijzijnde plaats om visums te scoren was Dakar in Senegal, 860 kilometer rijden als je om Gambia heen rijdt, of 580 kilometer als je er dwars doorheen gaat. Zoals gezegd had ik ineens haast waardoor ik voor de laatste optie koos, daar zou ik echter nog  flink spijt krijgen.

Kuntaur - Gambia
Deze jongens hadden meer buit dan de narcoticajongens.

Haastige spoed

Het begon allemaal voorspoedig. Omdat ik vanuit Bissau een agent, die stond te liften, meenam reden we vlot langs alle checkpoints naar de grens met Senegal. De formaliteiten daar namen nauwelijks tijd in beslag, en aangezien het wegennet in Senegal tiptop is stond ik even later alweer aan de grens met Gambia. Mijn papieren werden snel afgestempeld, maar toen dook daar ineens vanuit het niets een agent van de narcoticabrigade op. Of ik mijn auto even naar de binnenplaats wilde rijden voor een drugscontrole. Nou liever niet natuurlijk, maar weigeren behoorde niet echt tot de opties. Net als de vorige keer werd mijn auto en alles wat er in zat binnenstebuiten gekeerd en minutieus onderzocht. Ook nu was het weer duidelijk dat ze pas zouden stoppen wanneer ze iets hadden gevonden waarmee ze me zouden kunnen afpersen. Met zichtbare tegenzin gaven ze het na vier (zegge 4) uur op. Door deze tegenslag was ik gedwongen om een nachtje in Banjul te blijven. Elk nadeel hep zijn voordeel: ik kon daardoor mooi weer aan de frikandellen en kroketten. De volgende ochtend stond ik lekker op tijd te wachten voor de ferry over de Gambia rivier. Van de twee boten was er echter één naar de gallemiezen waardoor de wachttijden nogal opliepen. ’s Middags om half twee voeren we dan eindelijk aan de overkant. Aan boord maakte ik nog kennis met een soldaat uit Ghana, hij was in het land om de nieuwe president te beschermen tegen de, door de afgezette dictator Jammeh opgetuigde, politiediensten!

Kunta Kinteh - Gambia
Dit is hoe vaak ik nog naar Gambia ga.

Wij doen alleen maar ons werk

Nadat de ferry aanmeerde in Barra crosste ik naar de grens. Op zo’n drie kilometer daar vandaan was er een checkpoint…..van de fucking narcoticabrigade. Het schijnt dat Bissau een belangrijke aanvoerhaven van neusbier uit Zuid-Amerika is, dus enigszins zijn die controles te begrijpen. Maar het begon mij behoorlijk mijn neus uit te komen (de controles dan hè). Ik legde uit dat ik de dag ervoor nog door hun collega’s in het zuiden te grazen was genomen, net als de vorige keer dat ik in het land was. Ze legden me uit dat ze alleen maar hun werk deden en Gambia veilig moesten houden. Maar toen ze onder de vloermat van mijn auto keken, omdat ze daar naar eigen zeggen weleens tien kilo cocaïne een marihuanazaadje aantroffen, werd ik goed kwaad. Dat heeft niks meer te maken met het land veilig houden maar met het zoeken naar iets, hoe klein ook, om mij af te persen. Want alle drie de keren lieten ze arme Afrikanen die langs reden ongemoeid. Die logica konden ze niet weerleggen, waarop ze de zoektocht toch maar staakten en me lieten gaan. Toen ik weg wilde rijden herhaalden ze nogmaals het ‘we doen alleen maar ons werk’ excuus. ‘Ja dat zeiden de beulen van Jammeh ook altijd’, beet ik ze toe. En ze kunnen op zoek naar ander werk. Want mij zien ze in dit land, waar iedereen je probeert uit te kleden, in ieder geval nooit meer!

Geef een reactie